Zon Conures leven in het noordoosten van Brazilië, Guyana, Suriname en Frans-Guinea. Ze leven er in de savannes, bezaaid met stuiken en maar hier en daar een bosje bomen. Ze komen alleen op bepaalde plaatsen voor, maar dan wel in grote aantallen. Er is weinig bekend over hun gedragingen in hun natuurlijk biotoop. Meestal ziet men ze in groepjes van 4 tot 12 vogels. In fruitbomen en bessendragende struiken zitten er soms tot 30 of meer zonparkieten. In de droge struiken zijn ze verrassend moeilijk te zien, niettegenstaande hun helle kleuren. In de vlucht of in een kale boom zijn ze daarentegen wel heel opvallend. In de vlucht slaken ze ook hun aandachttrekkende kreten.
Tijdens het eten zijn ze stil. Op het menu staan fruit, cactus-vruchten, zaden, bessen en bloemen.
Het broedseizoen ligt waarschijnlijk tussen december en maart. Ze broeden in holtes in dode bomen.
Over zijn gedragingen in de volière zijn meer gegevens bekend. Het zijn matig tot zeer luidruchtige knapen, die goed dienst doen als waakhond. Vooral in de vroege morgen en de late namiddag zijn ze op hun best, wat klank produceren betreft. Ook wanneer er onraad dreigt, maken ze veel kabaal. Het zijn sterke vogels die niet moeilijk te houden zijn. Ze zijn heel levendig en nieuwsgierig, niet schuw en al gauw vertrouwd met de verzorg(st)er. Ze knagen graag en stellen dan ook op tijd een bos verse takken op prijs. Ze houden van een bad. Buiten het broedseizoen kunnen ze samen met andere aratinga’s in een gemeenschappelijke volière gehouden worden. Er wordt vaak en gemakkelijk mee gekweekt. Niet alle paren echter broeden ook. Meestal broeden ze in de lente, maar een nest in de winter is geen uitzondering. Kweekparen dienen afzonderlijk gehuisvest te worden. De pop legt 4 of 5 eieren, die ze 23 dagen bebroedt. Na 50 dagen vliegen de jongen uit. De jongen kunnen nog een hele tijd bij de oudervogels blijven. Meerdere legsels per jaar zijn mogelijk. Vermijd het verhuizen van kweekstellen daar ze dan vaak niet zo gauw terug aan het broeden gaan.


Zonparkiet