Valkparkieten komen over geheel AustraliŽ voor met uit-zondering van de vochtige kuststreken. Op sommige plaat-sen zijn ze zeer talrijk.
Gewoonlijk komen ze paarsgewijs of in kleine groepen voor. Wanneer er voedsel genoeg is, worden de groepen ook groter. Ze hebben een nomadisch karakter, w.w.z. dat ze nooit lang op dezelfde plaats blijven. Meestal strijken ze neer in ondiep water om te drinken. Ze drinken vlug en vliegen weer weg. Hun voedsel zoeken ze op de grond. Hoofdzakelijk zijn dat gras- en onkruidzaden. Daarnaast nemen ze ook wat fruit en bessen. Vaak zoeken ze hun voedsel in graanvelden tot groot ongenoegen van de plaatselijke farmers. Ze kunnen er veel schade aanbrengen. In de voliŤre merken we dat ze groenten en fruit vaak slechts met tegenzin eten.
Er bestaat geen passender soort om aan de parkieten-liefhebberij te beginnen. Hun voeding is eenvoudig, ze zijn sterk, goed te seksen, gemakkelijk te kweken, laag geprijsd, ze leven lang en kweken reeds na het eerste jaar. Het zijn rustige parkieten met een melodieuze stem, die vlug aan hun verzorger gehecht raken. Het zijn geen grote knagers en tegenover andere vogels zijn ze zeer verdraagzaam.
Het hele jaar door treft men hier of daar broedende Valk-parkieten aan. Men zou kunnen stellen dat ze kweken van zodra het weer even meevalt (meestal is dit na een regenperiode). Meerdere broedsels kunnen elkaar op-volgen. Zowel de man als de pop broeden, dit is dan ook een kenmerk dat hen dichter bij de kaketoes dan bij de parkieten brengt. Ze zijn zeer nauw verwant met de kaketoes. Dit blijkt uit hun broedgedrag en uit de verschijning van de jongen voor ze veren krijgen. Ze verkiezen holtes in hoge, dode bomen als broedplaats. Tijdens het broeden verdedigen ze hun territorium. Het legsel bevat 2 tot 5 eieren die na 19 dagen broeden uitpikken. De jongen verlaten het nest na 5 weken.

Valk parkiet