De Twenty-eight is een ondersoort van de Port Lincoln parkiet en komt alleen in het zuidwesten van Australië voor. Ze leven er in verschillende types landschappen: wouden langs de kust, open houtland, bomen langs waterlopen en meren, grasland, struikgewas, langs de wegen, in de velden, boomgaarden, parken en tuinen. Ze komen nog vrij talrijk voor tot heel talrijk op bepaalde plaatsen. Meestal leven ze per paar of in kleine groepjes. Ze zijn vrij dicht te benaderen. Ze zoeken hun voedsel op de grond, in het struikgewas en in de bomen: graszaden, zaden van bomen en struiken, fruit, bessen, noten, bloemen, knoppen en insecten.
In het gebladerte vallen ze alleen op door het geluid dat ze maken. Ook na zonsondergang zijn ze nog actief. Bij verstoring vliegen ze schreeuwend op naar de dichtstbijzijnde boom. Wanneer ze van de ene boom naar de andere vliegen, vliegen ze dicht bij de grond om dan net voor de boom van bestemming in glijvlucht omhoog te vliegen naar de hoogste takken.
Ze kunnen tot twee maal per jaar broeden. Het balts-gedrag is hetzelfde als dat wat we kennen bij de Rosella’s. Ze zoeken een nest in een holle tak of in een holte in een eucalyptusboom. De bodem van het nest is bedekt met stukjes rottend hout. Ze verdedigen hun nest tegen andere parkieten. Het legsel bestaat uit 3 tot 6 eieren en wordt 19 dagen bebroed. Na 5 weken vliegen de jongen uit.
In de volière zijn ze agressief tegenover andere par-kieten. Ze worden best niet gehuisvest in de nabijheid van andere barnardius- of Rosella soorten. Daar ze veel op de grond rondscharrelen moeten ze regelmatig ontwormd worden. Regelmatig verse takken voorzien is geen luxedaad, daar ze wel graag knagen

Twenthy-eight