Ze leven in de kustgebieden van Zuidoost-AustraliŽ en op TasmaniŽ. Buiten de broedperiode zwerven ze in groep van de ene plaats naar de andere. Ze zijn meestal te vinden in de boomtoppen, ze zijn heel actief en klimmen voortdurend rond in de bomen. Door hun geringe grootte en hun groene verenpak is het moeilijk om ze te onderscheiden tussen het gebladerte. Ze verkiezen bloeiende eucalyptusbomen, waar ze met heel veel Swifts samen verzamelen en zich te goed doen aan pollen, nectar en bloemen, vooral dan van de eucalyptus. Verder staan op het menu ook fruit, bessen, zaden, groenvoer en insecten.
Op het Australische moederland zijn ze eerder een rariteit geworden. Op TasmaniŽ komen ze nog talrijk voor. Ze verkiezen open gebieden met bloeiende bomen. Ook worden ze vaak opgemerkt in parken, boomgaarden en tuinen. Ze zijn vaak in het gezelschap van loriís. Alleen tijdens het eten zijn ze enigszins te benaderen.
Het broedseizoen begint in september en loopt uit tot in januari. Ze nestelen in holtes in grote eucalyptusbomen, die in de nabijheid van een waterloop staan. De nestingang kan tot op een hoogte van 20m voorkomen. De nestbodem is bedekt met kleine stukjes rottend hout. De pop legt er 3 tot 5 eieren op, die 19 dagen bebroed worden. Na 5 weken vliegen de jongen uit.
In de voliŤre zijn het levendige vogels met een aan-gename stem. Ze zijn sterk en komen vlug aanhankelijk met de verzorg(st)er. Ze houden van klimmen. Daarom mogen er redelijk veel takken in de voliŤre aanwezig zijn, liefst met bloemen. Ze kunnen samen gehouden worden met soortgenoten of met andere kleinere vogels. Een bad stellen ze ook op prijs. Kweken gaat gemakkelijk en koloniekweek behoort tot de mogelijkheden. Voorzie in dat geval altijd meer nestkasten dan er paren in de voliŤre zijn. Twee legsels per jaar mogelijk.

Swiftparkiet