Strogele rosella’s leven in het ZO. van Australië in de galerijwouden met eucalyptusbomen langs de oevers van rivieren. Ze komen er vrij regelmatig voor. Ze zijn schuwer en vertoeven meer in de bomen dan de andere rosellasoorten. Meestal zijn ze maar te zien als ze aan het eten zijn in de eucalyptusbomen of op de grond. In de boomkruinen zijn ze heel goed gecamoufleerd. Soms vormen ze gemengde groepen met de Barraband en de Barnard. Wanneer de voedselvoorraad nagenoeg op is in de ene streek trekken ze in groep naar een rijker gebied, waar ze weer blijven tot het eten op is. Ze zijn niet zo luidruchtig als de andere rosella’s.
Ze eten voornamelijk graszaden en zaden van bomen en struiken. Daarbij nemen ze ook fruit, bessen, bloemen, nectar en insecten.
In Australië begint het broedseizoen in augustus en eindigt in december of januari. Ze nestelen doorgaans in boomholtes of holle dode takken van grote eucalyptus-bomen, die langs het water staan. De nestholte is bedekt met kleine stukjes rottend hout. Het legsel bestaat uit 4 tot 5 eieren. De pop broedt alleen en verlaat het nest alleen ‘s morgens en in de late namiddag, dit echter heel eventjes. De broedduur bedraagt 19 dagen. Na 5 weken vliegen de jongen uit. Ze worden nog 1 week door de ouders gevoe-derd, maar daarna staan ze er alleen voor.
In de volière zijn het rustige knapen, wat niet wil zeggen dat ze niet actief zijn. Badgelegenheid stellen ze zeer op prijs en verse takken om aan te knagen moeten regelmatig voorzien worden. Ze dienen regelmatig ontwormd te worden. Het broedseizoen begint hier al in maart. De jonge vogels kunnen gerust nog enkele weken bij de oudervogels blijven. Bij uitzondering geven ze een tweede legsel in hetzelfde jaar. Wanneer dit zo is, is het beter de jongen van de eerste ronde weg te nemen, want dan kunnen er wel eens brokken vallen.

Strogele rosella