De St.-Thomas parkiet is de nominaatvorm die nog 13 ondersoorten kent. Je kunt je voorstellen wat een problemen dat soms kan geven om de juiste ondersoort te bepalen. De bekendste ondersoort is de Maïsparkiet. De hele familie leeft voornamelijk in het noorden van Zuid-Amerika. Er is maar één ondersoort waar er niet veel van zijn: de Margaretha parkiet. Alle andere soorten zijn nog goed vertegenwoordigd in hun natuurlijk biotoop. Ze zijn voornamelijk te vinden in droge savannegebieden met cactussen, struiken en heier en daar wat bomen. Men ziet ze ook vaak in parken en tuinen. Ze kunnen heel wat schade toebrengen aan de gewassen van de plaatselijke bevolking.
Ze eten voornamelijk de zaden van verschillende bomen, cactusvruchten en bloemen, fruit, graan en maïs, die ze dan vinden op de akkers van de boeren.
Ze leven meestal in groepjes van 4 tot 20 vogels, zelden ziet men ze per paar. Op de plaatsen waar voedsel in overvloed is, komen ze soms met meerdere groepjes samen. Ze zijn vaak te zien in de bomen langs de weg en niet zelden in het gezelschap van de Geelvoorhoofd Amazonepapegaai. Ze zijn niet schuw en maken hun vlucht niet hoger dan 2m boven de grond. Wanneer een groep zich te goed aan het doen is in een graan of maïsveld, zitten er altijd 2 vogels op de uitkijk. Bij onraad waarschuwen ze de hele groep, die zich dan luid schreeuwend uit de vleugels maakt. In de vooravond komen ze samen in hun slaapbomen.
Het broedseizoen begint meestal op het einde van een regenperiode. Meestal nestelen ze in termietenheuvels. Soms ook in boomholtes of rotsspleten. De holen in de termietenheuvels worden door de vogels zelf uitgegraven. Eerst is er een tunnel, 50cm diep en 7cm in doorsnede. Die leidt naar de eigenlijke nestkamer die 25cm breed is en 15 cm hoog. De nestingang ligt zo hoog mogelijk (soms tot 10m). Ze broeden vaak in kolonie. Een kolonie bestaat gewoonlijk uit 7 paren. Soms zitten er 2 poppen in hetzelfde nest. Gewoonlijk liggen er 3 tot 5 eieren.

Sint Thomas parkiet