Komt voor in het oosten van AustraliŽ. Er leeft ook een ondersoort, iets kleiner en lichter van kleur in het noorden en op Nieuw-Guinea. In sommige streken komen ze zeer talrijk voor.
Ze leven er per paar of in kleine families. In Nieuw Guinea ziet men in april honderden roodvleugels een vlucht vormen voor hun seizoensgebonden trek. Ze zijn moeilijk te benaderen. Bij verstoring vliegen ze luid schreeuwend naar een ander deel van het woud. Soms treft men ze aan in het gezelschap van de Bleekkop rosella en de Barnard parkiet. Het zijn vogels die voornamelijk in de bomen leven. Ze komen alleen naar de grond om te drinken. Ze eten dan ook hoofdzakelijk wat ze in die bomen vinden: fruit, noten, zaden, bessen, bloemen, nectar, insecten en hun larven.
Het broedseizoen vindt meestal plaats tussen augustus en februari. Ze nestelen in holen in bomen of in holle takken. De eucalyptus geniet de voorkeur als die maar in de nabijheid van water staat. De nestholtes zijn meestal heel diep - tot 10m! - met de bodem ongeveer op grondniveau. Het legsel bestaat uit 3 tot 6 eieren. De broedduur bedraagt 21 dagen. Alleen de pop broedt. De jongen verlaten het nest na 5 weken, waarna ze nog lang bij de oudervogels blijven.
In de voliŤre zijn het rustige vogels, die iets meer lawaai maken in de lente en de herfst. Ze zijn actief, sterk en knagen maar af en toe eens aan het hout. Verse takken kunnen dit euvel verhelpen. De mannen hebben soms de neiging hun agressie bot te vieren op de poppen. Ze komen vaak tot succesvolle kweek. Hou de broedparen afzonderlijk en let erop dat er geen aanverwante soorten in de nabijheid gehuisvest zijn. Ze zijn kweekrijp vanaf het derde jaar. Gebruik een diep broedblok, diagonaal opgehangen. Zelden brengen ze meer dan 1 legsel per jaar groot.

Roodvleugel parkiet