Er zijn 4 soorten Blue Bonnets: De Blue Bonnet of geelstuit (Psephotus h.haematogaster), de Redvented (P.h.haematorr-hous), waarbij het rood tot op de onderstaartveren doorloopt, de Yellow-vented (P.h.pallescens), die veel bleker is en de Naretha Blue Bonnet (P.h.narethae), de kleinste van de vier.
Blue Bonnets komen voor in het zuidoosten van AustraliŽ. Ze leven op de savanne, bezaaid met bomen, in droge land-schappen met struiken en in de galerijwouden langs rivieren. Ze komen nog vrij algemeen voor, met uitzondering van de naretha die in sommige gebieden uitgestorven blijkt. Ze leven meestal per paar of in kleine groepjes in de schaduw van struiken en bomen. Vaak ziet men ze op de grond op zoek naar voedsel of rustend op omheiningpaaltjes. Ze vallen op door hun gedrag. Bij verstoring vliegen ze op naar de dichtstbijzijnde paal, boom of struik, waar ze van hun tak maken met rechtopstaande kopveren. Op de grond verplaatsen ze zich verbazend snel. Ze zijn er ook goed gecamoufleerd.
Hun dieet bestaat voornamelijk uit graszaden en groenvoer dat ze op de grond vinden. Om het menu aan te vullen, nemen ze ook fruit, bessen, bladknoppen, bloemen, nectar en waar-schijnlijk ook insecten en hun larven. Fijn zand en grit wordt ook opgenomen.
Het broedseizoen neemt een aanvang met de eerste regenbui van het regenseizoen. Het baltsgedrag van de man is het be-kijken waard. Boomholtes of holtes in dode takken zijn de uitverkoren plaatsen om een legsel van 4 tot maar liefst 9 eieren in te leggen. Deze holtes bevinden zich vaak laag bij de grond, maar altijd zijn ze diep. De pop broedt alleen gedurende 19 dagen. Ze verlaat het nest bij gevaar alleen op het allerlaatste moment. Na 30 dagen vliegen de jongen uit. In de voliŤre is het aan te raden om ze maximum nog 4 weken bij de ouders te laten omwille van de agressiviteit van de man.

Redventet bleubonnet