Redcaps komen voor in een klein gebied helemaal in het zuidwesten van AustraliŽ. Ze leven er in verschillende landschappen gaande van dichte eucalyptuswouden tot schrale bossen met slechts enkele bomengroepen langs waterlopen. Ze worden sporadisch opgemerkt in parken en boomgaarden.
Ze leven voornamelijk in kleine vluchten van een twintigtal vogels. Ze zijn luidruchtig, tenzij ze op zoek zijn naar voedsel. Wanneer ze daarbij verstoord worden, vliegen ze op naar de toppen van de dichtstbijzijnde bomen, waar ze heel wat kabaal maken. Alleen de groepen bestaande uit jonge vogels trekken van de ene streek naar de andere. De oudere vogels blijven min of meer in dezelfde omgeving. Ze maken geen lange vluchten, maar vliegen eerder laag van de ene boom naar de andere.
Ze eten hoofdzakelijk zaden van eucalyptusbomen. Dit menu vullen ze aan met fruit, bessen, noten, bloemen, bladknoppen, insecten en hun larven. In de boomgaarden zijn ze vooral uit op appels en perziken.
De man vertoont een aardig baltsgedrag. Ze nestelen hoog in de bomen in boomholtes of holle dode takken. Daarbij verkiezen ze eucalyptusbomen. De nestbodem is bedekt met rottend hout. De pop legt 4 tot 7 eieren, in uitzonderlijke gevallen kunnen het er 9 zijn. De broedduur bedraagt 20 dagen. Na 5 weken vliegen de jongen uit, waarna ze nog enkele weken bij de oudervogels blijven.
In de voliŤre zijn ze tamelijk luidruchtig en eerder schuw. Ook zijn ze zeer onverdraagzaam tegenover andere vogels. Ze houden van vers badwater en veel takken om hun knaaglust op bot te vieren. Ze broeden er regelmatig op een nest van 4 tot 7 eieren. De jongen zijn 50 dagen na het uitvliegen zelfstandig. Ze kweken vaak al in het eerste levensjaar. Ze houden wel niet van verstoring en nestinspectie tijdens het broeden.

Redcap parkiet