De Zwartkap Pyrrhura of Pyrrhura rupicola kent slechts één ondersoort: de Pyrrhura rupicola sandiae.
Hun leefgebied strekt zich uit van Centraal-Peru over het meest noordwestelijk deel van Brazilië en het noorden van Bolivia. Ze leven er in het regenwoud en op de beboste hellingen beneden de Andes. Ze komen er nog vrij talrijk voor.
Ze leven in groepen tot 30 vogels buiten het broed-seizoen. Tijdens de kweek zijn die groepen veel kleiner. Ze leven hoog in de bomen en komen zelden onder de 30m-grens.
Wat ze eten in de vrije natuur, daar kan men alleen maar naar gissen. In de volière krijgt men ze in conditie met een zaadmengeling, aangevuld met veel fruit, groenten en groenvoer. Vaak krijgen ze ook verse takken waar de bladknoppen en bladeren nog aan hangen.
Over hun broedgedrag in hun natuurlijk biotoop is al evenveel bekend: nl. niets.
In de volière is het een levendige vogel, die niet al te luidruchtig is. In een ruime volière kunnen ze in kolonie gehouden worden. Voorzie per paar een ruimte van anderhalve vierkante meter grondoppervlak. Nieuw aangeschafte vogels zijn aanvankelijk schuw. Vaak verdwijnen ze in paniek in hun nestkast wanneer de verzorger nadert. Eens geacclimatiseerd zijn het sterke vogels die tegen een klimatologisch stootje kunnen. Het zijn verwoede knagers die regelmatig een verse voorraad takken moeten krijgen om hun knaaglust op bot te vieren. Ze houden van een vers bad.
Er worden vaak kweekresultaten geboekt met deze soort. Het legsel bestaat uit 4 tot 8 eieren, die 23 dagen bebroed worden. Na 50 dagen vliegen de jongen uit.


Pyrrhura rupicola