De Pyrrhura picta of geschilderde pyrrhura kent 8 onder-soorten. De meesten komen voor in het noorden van Brazilië, Venezuela, Suriname en Frans Guyana.
De meeste ondersoorten komen nog in grote aantallen voor, vooral plaatselijk. De Pyrrhura p.caeruleiceps en de pantchen-koi zijn uiterst zeldzaam en bedreigd. De Pyrrhura p.eisen-manni met zijn populatie van nog geen 2000 vogels is bijna ten dode opgeschreven door de verdere ontbossing. De Pyrrhura p.subandina is waarschijnlijk reeds uitgestorven.
Ze leven in kleine groepjes van nog geen 12 vogels. Soms ontmoet men op de voederplaatsen of  de kleiachtige rivier-oevers grotere groepen. Ze verkiezen hoge bomen met een dicht gebladerte. Ze blijven niet lang op dezelfde locatie. Ze vallen op door het geluid dat ze maken. Anders zijn ze moeilijk te ontdekken tussen de bladeren. Een paartje blijft zijn levenlang dicht bij elkaar. Ze zijn vaak te zien bij waterlopen om te drinken, te baden of opzoek naar mineralen in de kleiachtige rivieroevers in het regenwoud. Ze zijn er wel zeer op hun hoede en bij de minste verstoring vliegen ze luid protesterend op. Anders zijn ze niet echt schuw. Ook buiten het broedseizoen maken ze gebruik van boomholtes en dat om in te slapen.
Ze eten fruit, bessen, bloemen, zaden, groenvoer, insecten en hun larven. Soms ziet men ze ook algen eten die aan bv. brugpeilers hangen.
Ze nestelen in boomholtes die zich vaak op aanzienlijke hoogtes bevinden. Het legsel bestaat uit 3 of 4 eieren. De jongen blijven nog een hele tijd bij de ouders. In een ruime volière is koloniebroed mogelijk met soortgenoten of andere Pyrrhura’s. De broedduur bedraagt er 23 dagen. In gevangen-schap zijn er soms legsels van 8 eieren. De kweek verloopt niet altijd van een leien dakje. Sommige paren broeden trouw, anderen denken er gewoon niet aan. Per uitzondering zijn 2 legsels in hetzelfde jaar mogelijk.

Pyrrhura picta