Bij de Pyrrhura melanura zijn er 4 ondersoorten: de Pyrrhura m.souancei, de Pyrrhura m.berlepschi, de Pyrrhura m.pacifica en de Pyrrhura m.chapmani. Hun leefgebied bevindt zich in het noordoosten van Zuid-Amerika. Ze zijn er nog talrijk te vinden, alleen de Pyrrhura m.berlepschi heeft het wat moeilijk om zich te handhaven. Het regenwoud en de beboste voet van het Andesgebergte is voor hen gekend terrein. Tot op een hoogte van 1500m zijn ze nog te vinden in groepen die bestaan uit een 30 à 40 vogels. Tijdens het broedseizoen zijn die vluchten opmerkelijk kleiner. Meestal buitelen ze door het hoge gebladerte. Ze vallen op door het geluid dat ze maken. Bij verstoring verstarren ze aanvankelijk om dan laag over de grond weg te vliegen. Ze komen zelden op de grond.
Op het menu staan zaden, fruit, bessen, noten en bloemen. Ze knagen ook aan de boomschors.
Over het broedgedrag in hun natuurlijk biotoop zijn weinig gegevens bekend. Wel ziet men ze vaak paren in januari. In de volière wordt niet vaak mee gekweekt. Veel paren zijn niet in broedconditie te krijgen.  Slaagt men daar wel in dan kan dat op gelijk welk moment van het jaar gebeuren. De pop legt dan 4 of 5 eieren, waarvan vaak één of twee eieren onbevrucht zijn. De broedduur bedraagt 23 dagen. Na 50 dagen vliegen de jongen uit. Ze kweken ook in een gezelschapsvolière. Twee legsels per jaar zijn mogelijk. De nestkast blijft het hele jaar door hangen.

Pyrrhura melanura