De Pruimkop leeft in Indië, Nepal en op Sri Lanka. Bossen en savannes met bomen zijn hun terrein. Ze houden zowel van droge als van vochtige gebieden. Boven de 1500m vind je ze niet meer. Ze verkiezen bossen dicht bij gecultiveerde gebieden. In parken en steden zijn ze minder vaak te zien. De grote populaties komen alleen nog hier en daar voor. Uit veel gebieden zijn ze reeds verdwenen.
Pruimkoppen blijven nooit lang op dezelfde plaats. Meestal vliegen ze per paar of in kleine groepjes. Alleen bij het eten en het slapen komen ze in grote groepen samen. Honderden vogels kunnen samen neerstrijken in rijpe korenvelden, waar ze heel dicht te benaderen zijn. Wanneer ze samen zitten in hun ‘slaapbomen’, hoort men ze lang na het vallen van de duisternis nog roepen en snateren. Naargelang het aanwezige voedsel, dat bestaat uit: zaden, fruit, vijgen, noten, bloemen, pollen en bladknoppen, zijn de groepen ook groter of kleiner. Wanneer de voorraad uitgeput raakt maken ze een trektocht naar rijkere gebieden.
Ze nestelen in holle boomstronken of takken, vaak ook in een spleet in een gebouw. Koloniebroed wordt vaak waargenomen. Het legsel bestaat uit 4 tot 6 eieren.
In de volière zijn ze heel tolerant en gemakkelijk te houden met andere soorten. Hou er echter rekening mee dat ze zich ook niet kunnen laten gelden t.o. grotere vogels. Ook voor kou zijn ze gevoelig (vriespoten!). Er wordt vaak gekweekt met Pruimkop-pen. In een binnenvlucht wagen ze zich ook tijdens de winter al eens aan een ronde. Het blijft echter altijd bij één legsel per jaar. De pop legt 4 tot 6 eieren en broedt 19 à 20 dagen. Na 6 à 7 weken vliegen de jongen uit en 14 dagen later zijn ze al zelfstandig. Soms is de pop nogal agressief t.o. het mannetje. Net als in hun biotoop kan men er ook in de volière een kolonie mee opzetten.


Pruimenkop parkiet