Ze leven in het binnenland van Centraal- en West-AustraliŽ. Kenmerkend voor deze streek zijn de open, zanderige gebieden met losstaande bomen. Eveneens in met eucalyptussen bezaaide landschappen en op grasland met bomen komen ze voor. Als er maar een waterloop in de buurt is.
ZELDZAAM in AustraliŽ.
Meestal komen ze per paar of in groepjes van 10 tot 15 vogels voor. Door hun kleur en hun stille aard vallen ze niet op. Bij verstoring vliegen ze pas op het allerlaatste moment op. Ze zijn nomadisch van aard, w.w.z. dat ze niet lang op dezelfde plaats blijven, afhankelijk van de voedselvoorraad, hoofdzakelijk bestaande uit graszaden. Verder nemen ze ook fruit, bessen, bloemen, nectar en waarschijnlijk ook insecten. Langere vluchten maken ze op aanzienlijke hoogte. Korte vluchten gebeuren dicht bij de grond.
Het broedseizoen begint in september en duurt tot in december, maar waarschijnlijk broeden ze ook daarbuiten in een occasionele regenperiode. Ze nestelen hoog in boom-holtes of in een holle tak van een eucalyptus langs een rivier. De bodem van het nest is bedekt met rottend hut. Soms broeden er tot 10 paren in dezelfde boom. Het legsel bestaat uit 4 tot 6 eieren, die 20 dagen bebroed worden.
In de voliŤre zijn ze rustig en niet schuw. Vaak zitten ze er passief bij. Ze vertoeven graag op de grond (ontwormen!). Het is goed mogelijk om ze samen met andere vogels in een gezelschapsvoliŤre te houden.  Ze verkiezen een nestblok met binnendiameter van 20cm en een diepte van minstens 60cm. Soms leggen ze tweemaal in een jaar. De pop is vaak kweekrijp vanaf het eerste jaar, de man pas vanaf het tweede jaar. De meeste pogingen tot kweken op deze leeftijd mislukken echter nog. Paren die naast elkaar gehouden worden, stimuleren elkaar tot kweken.

Princess of Wales