De rotsparkiet kent drie soorten: de Patagonische, de Andes en de Chili-rotsparkiet. De eerste komt voor in ArgentiniŽ en Uruguay. De Andes komt voor in het gebergte in het noord-oosten van ArgentiniŽ en de laatste alleen langs de kusten van Chili. Zoals hun naam het reeds zegt komen ze voor in haast onherbergzame open gebieden. Ze verkiezen droge streken met doornstruiken en cactussen. Toch is er altijd een watervoorraad in de vorm van een rivier of een meer in de buurt. Ze zijn te vinden tot op een hoogte van 2000m.
De Andes Patagonische rotsparkiet komt nog vrij regelmatig voor. Anders is het gesteld met de nominaatvorm, wiens aantal sterk aan het teruglopen is door het vangen voor de handel en door het uitroeien als pest voor de plaatselijke landbouwers. Met de Chileense rotsparkiet is het helemaal erg gesteld. Zijn aantal wordt geschat op nog een 4000 vogels verspreid over twaalf kolonies.
Ze komen altijd in groep voor. Hun aantal kan variŽren van 10 tot 1000 vogels. Binnen de groep leven ze sterk paargebonden. Eťn vogel staat tijdens het eten altijd op wacht. Bij het minste onraad worden ze door die enkeling gewaarschuwd en vliegen ze luidschreeuwend op. Hun dagindeling ziet er ongeveer als volgt uit: 's morgens drinken en eten, in de warmste uren van de middag, rusten ze en tegen de avond vliegen ze terug naar hun slaapplaatsen (hoge bomen, zandsteen klippen of zelfs telefoondraden). Soms ziet men ze zelfs 's nachts overvliegen. Het zijn ook in enige mate trekvogels. Bij koud weer vliegen ze meer naar het noorden waar het warmer is. In een ruime voliŤre kunnen ze samen met de muis- en de langsnavel parkiet of met soortgenoten gehouden worden. Zelfs met kleinere parkieten zijn er geen problemen. Ze eten zaden, bessen, noten, fruit en groenvoer. Vaak brengen ze een bezoek aan maÔs- en korenvelden. Let er op dat ze geen eenzijdige voeding eten. Ze zijn moeilijk van een voedingsgewoonte af te brengen. Ze nestelen nooit in boomholtes, maar altijd in zandsteenklippen langs de oevers van rivieren en meren. In die zandsteen maken ze holen die tot drie meter diep kunnen zijn en uitmonden in de broedkamer die ongeveer 40cm diep en 15cm hoog is. In de broedkamer brengen ze soms rot hout dat dienst doet als bodembedekking. Het broeden gebeurt ook in kolonies. De nestgangen zijn niet recht en lopen soms door elkaar. Het legsel bestaat uit 1 of 3 eieren.

Patagonische rotsparkiet