De Nandaya leeft in het midden van Zuid-Amerika in een uitgestrekt gebied met Paraguay als centraal gedeelte. Het is een typische vogel van de Pantanal, een uitgestrekt savannegebied met o.a. palmbomen. Ze worden regelmatig opgemerkt in de nabijheid van menselijke nederzettingen, waar ze heel wat schade kunnen aanbrengen op de akkers van de plaatselijke landbouwers. Daarbij komt nog dat ze er vrij talrijk voorkomen, wat hen niet al te geliefd maakt bij de plaatselijke bevolking. Gewoonlijk vertoeven ze in groep tot 40 vogels. Uitzonderlijk werden er vluchten waargenomen van een 300 nandaya's. Op de voederplaatsen worden ze vaak gezien in het gezelschap van de muisparkiet. Ze zijn niet schuw en gemakkelijk te benaderen. Toch zijn ze door hun schutkleur niet gemakkelijk te vinden.
Ze eten zaden, bessen, fruit, kleine noten, insecten en hun larven. Op de akkers doen ze zich te goed aan graan en maïs. Op de grond nemen ze vaak kleine steentjes en aarde tot zich.
Over hun broedgedrag in de vrije natuur is weinig bekend. Ze beginnen het broedseizoen in november waarbij ze meestal boomholtes als nestplaats kiezen. Men vindt echter ook soms een legsel in een brievenbus.
In de volière zijn het intelligente en vaak ook luidruchtige vogels. Ze zijn sterk en niet moeilijk te houden. Best houdt men ze in groep in een grote volière. Ze verdragen zelfs andere parkietensoorten van dezelfde grootte in hun buurt. Vooral 's morgens en 's avonds laten ze van zich horen. Ook bij verstoring komen ze luidruchtig uit de hoek, wat hen tot ideale wakers verheft. Ze houden van een fris bad en een voorraad verse takken om hun knaaglust op bot te vieren. Ze werden ook al met succes in vrijheid gehouden
Nandaya