Bij de Muisparkiet, ook wel eens Monniksparkiet, zijn er 3 ondersoorten: de Myiopsitta m.calita, de Myiopsitta m.cotorra en de Myiopsitta m.luchsi. Ze leven op het Zuid-Amerikaanse continent in Bolivia, Argentinië, Uruguay, Paraguay en Brazilië. Onmiddellijk moet er bij vermeld worden dat er ook in het Zoniënwoud in Brussel en op nog vele andere plaatsen in de wereld Muisparkieten rondvliegen. Ze beschikken namelijk over een groot aanpassingsvermogen zodat ontsnapte of losgelaten vogels bijna overal overleven.
Ze komen vrij talrijk voor, behalve in die streken waar er jacht op gemaakt wordt. Ze leven in zeer grote kolonies. Het zijn zeer levendige vogels. Het hele jaar door maken ze gebruik van het kolonienest. Hun voedsel zoeken ze op de grond. Daarbij kunnen ze grote schade toebrengen aan de graangewassen. Meestal strijken ze met een groep van 20 of  meer neer in een graanveld. Ze worden dan ook fel bestreden door de plaatselijke bevolking.
Ze eten veel fruit, zaden, bessen, bladknoppen, bloemen, insecten en hun larven. Fruit uit de boomgaard en maïs en graan van de akker staan ook op het menu. Vandaar hun slechte reputatie bij de plaatselijke bevolking.
In liefhebberskringen zijn ze vooral bekend om het lawaai dat ze maken, om het feit dat ze in kolonie gehouden kunnen worden en om het feit dat ze ook vrij losgelaten kunnen worden. Zo zijn er kwekers die ze in de kweek de gelegenheid geven om buiten de volière op zoek te gaan naar voedsel.
Ze broeden in kolonies. Eén gemeenschappelijk nest wordt door maximum 12 koppels gemaakt met doornachtige takken. In één boom kunnen wel verschillende van die nesten hangen. De ingang tot het nest is aan de onderkant, dit om het hun natuurlijke vijanden moeilijk te maken om het nest binnen te dringen. Elk compartiment bestaat uit een voorkamer en een eigenlijke broedkamer. Het legsel bestaat uit 6 tot 8 eieren, die 23 dagen bebroed worden. Na 6 weken vliegen de jongen uit. Verschillende legsels per jaar zijn mogelijk.

Muis parkiet