Molukken kaketoes leven op één eiland in Indonesië, nl. Ceram. Ze leven er in de wouden, open houtland en de ontginde gebieden waar nog geïsoleerde groepjes bomen staan. Ze verkiezen de secundaire vegetatie en moerasachtige gebieden tot op een hoogte van 1000m.
Ze zijn ernstig bedreigd door de vangst voor export en het verlies van hun natuurlijk biotoop door steeds verder gaande ontbossing van het eiland. Hun populatie bestaat hooguit nog uit een 2000 vogels.
Veelal worden ze alleen opgemerkt, soms per paar en zelden in kleine groepjes tot een 15 vogels. Ze worden meestal alleen ‘s morgens vroeg of in de late namiddag opgemerkt wanneer ze van of naar hun slaapplaatsen vliegen. Paren blijven altijd dicht bij elkaar. Ze klimmen graag door de hoge boomkruinen, liever dan te vliegen. Ze vallen alleen op wanneer ze hun roep laten weerklinken. Ze zijn zeer luidruchtig en kunnen reeds vanop grote afstand gehoord worden. Daar ze heel behoedzaam zijn, zijn ze moeilijk te benaderen.
Op het menu staan zaden, fruit, bessen, noten en waarschijnlijk ook insecten en hun larven. Sporadisch strijken ze neer in kokos-nootplantages, waar ze de jonge noten openbijten om zich te goed te doen aan de melk en de zachte pulp.
Wanneer ze precies broeden, is niet te zeggen. Waarschijnlijk begint het al in juli. Ze maken een nest hoog in dode bomen. Meestal bevindt de nestopening zich niet beneden de 25m. De liefhebbers slagen er nog niet zo lang in om met deze soort te kweken. Een ruime en rustig gelegen vlucht is zeker noodzakelijk. De man doodt veelal zijn pop in een te kleine volière. Ze kan er immers niet ontsnappen aan zijn agressiviteit. Soms moet de man dan gekortwiekt worden. Het kweekseizoen begint meestal in de lente, maar eigenlijk kunnen ze er gelijk wanneer mee beginnen. Het legsel bestaat gewoonlijk uit 2 eieren. Onbevruchte eieren of jongen dood in het ei zijn vaak voorkomende gevallen. De broedduur bedraagt 29 dagen, na 14 of 15 weken vliegen de jongen uit.


Molukken kaketoe