Meyers komen (de 5 ondersoorten incluis) voor in de zuidelijke helft van Afrika. Gewoonlijk verkiezen ze bomengroepen langs rivieren als biotoop, maar ze zijn ook te vinden op de Afrikaanse savannes, bezaaid met enkele bomen en struiken. Ze komen voor tot op een hoogte van 1200m. Niettegenstaande het groot verspreidingsgebied komen ze alleen plaatselijk in grote aantallen voor. Ze leven per paar of in kleine groepen. Alleen wanneer er voedsel in overvloed is, worden er grotere groepen gevormd. Zo zie je bv. in Zambia grote vluchten Meyerpapegaai tijdens en na de graanoogst. Ze zijn schuw en vallen niet op, dus ook moeilijk te observeren. Meestal zie je ze enkel wanneer ze van of naar hun slaapplaatsen vliegen. ‘s Nachts slapen ze in boomholtes in de nabijheid van een waterloop.
Op het menu staan noten, bessen, zaden, graan en fruit (vooral vijgen). Soms zoeken ze hun voedsel in boomgaarden en graanvelden.
Ze nestelen in hoge bomen. Meestal nemen ze nesten van spechten en baardvogels. De ingang is maar 5cm in doorsnede en bevindt zich 3 en 10m boven de grond. De nestruimte is 42 tot 45cm hoog. Het legsel bestaat uit 2 tot 4 eieren en wordt 27 dagen bebroed. na 8 à 9 weken vliegen de jongen uit.
In de volière zijn ze vrij actief als ze zich niet be-keken voelen. Voorzie ze regelmatig van verse tak-ken. Ook in rottende stammen en takken knagen ze graag. Ze kunnen ook in vrijheid gehouden worden. Er wordt zelden mee gekweekt. Ze verkiezen een schaduwrijke volière in de broedperiode. Het nestboom hangt in een donkere hoek. Ze broeden meestal in de herfst of de winter, zelden in de lente
Meyer papegaai