Bij Malabar parkieten is er een duidelijk onderscheid tussen man en pop. Die met de rode bek is de man. Die heeft hij al vanaf zijn achtste levensmaand. Om ze in de vrije natuur te zien moet je naar Zuidwest-Indië. Daar leven ze in de bossen op een hoogte die varieert tussen 450 en 1600m. Vaak brengen ze een bezoek aan koffie, thee, rubber en fruitplantages. Hun aantal vermindert door het wegkappen van de bossen. Ze leven in kleine groepjes van een vijftal vogels. Zelden ziet men grotere groepen. Ze vallen op door hun geroep. Meestal zitten ze in de toppen van de bomen, waar ze moeilijk te zien zijn. Ze komen alleen naar de grond om te eten in de graanvelden. Hun dieet bestaat voornamelijk uit zaden, fruit (vijgen), kleine noten, bessen, bladknoppen, bloemen, pollen en nectar. Ze nestelen in hoge bomen, waar ze veelal gebruik maken van verlaten spechtennesten, die ze wat groter maken. De nestbodem is bedekt met houtmolm. Ze leggen 3 tot 4 eieren. Bij de liefhebbers is het een zeldzame vogel. Er wordt dan ook weinig mee gekweekt. Het is aan te raden om het nestblok het hele jaar door te laten hangen, daar ze die ook gebruiken om in te slapen. De buitenvolière kan beplant worden. Het legsel bestaat ook in gevangenschap uit 3 tot 4 eieren, die 23 dagen bebroed worden. Na 6 weken vliegen de jongen uit en nog eens 3 weken later zijn ze zelfstandig. De man kan soms agressief worden tegenover zijn pop en ook stellen ze nestcontroles niet op prijs.

Malabar parkiet