Grote Vasa’s bevolken de kustgebieden van Madagaskar. Er zijn 2 ondersoorten bij de grote Vasa’s: één die lichter van kleur is met witachtige onderstaartveren (i.p.v. grijs) en één die bruiner van kleur is met bruine onderstaartveren. Ze komen nog vrij algemeen voor op Madagaskar. Ze leven er in licht beboste gebieden en op de savannes, bezaaid met bomen. Ze vertonen zich ook in gecultiveerde gebieden en op plantages tot op een hoogte van 1000m.
Op het menu staan zaden, bessen, fruit en noten. Regelmatig doen ze een graan- of milletveld aan, waar ze heel wat schade veroorzaken. Ze eten minder fruit dan de Kleine Vasa (Coracopsis nigra).
Ze leven gewoonlijk in kleine groepjes buiten het broedseizoen. Op de voedselplaatsen komen ze met meer-dere groepjes samen. Slapen doen ze soms met 200 vogels samen. Ze zijn luidruchtig en opvallend. Ook in maan-heldere nachten zijn ze actief. Ze zijn niet schuw en te benaderen. Hun vlucht lijkt op die van een kraai. Ze worden beschouwd als één van de primitiefste papegaaien, een overgangsvormen tussen de duif en de papegaai.
Ze broeden tussen oktober en december. De nestholte bevindt zich in een dode boom of een dode tak van een boom. Meestal is die holte meters diep. Verschillende paren broeden in dezelfde boom. De poppen in broedconditie ver-liezen de kopveren.
In de volière is het een levendige, luidruchtige papegaai, die ruimte nodig heeft om te kunnen vliegen. Het kweken met deze vogels is niet gemakkelijk. Koloniekweek is mogelijk in een ruime volière. De broedconditie ziet men aankomen: de bek en de oogring kleurt hoornkleurig en de pop verliest de kopveren 3 à 4 weken voor de paring en het leggen. Tijdens het paren ligt de pop op de rug. Tijdens het broeden is de naakte kophuid van de pop geel. De bek van de man wordt weer zwart bij het uitpikken van de jongen, die van de pop bij het uitvliegen van de jongen. Ze leggen 2 tot 5 eieren, broeden amper 15 dagen en de jongen verlaten het nest na 7 weken.

Grote vasa papegaai