De Goudkap aratinga kent één ondersoort die don-kerder van kleur is en sterk met uitsterven bedreigd. De Goudkap is nauw verwant met de Yendaya en de Zonparkiet.
Ze komen voor in het zuidoosten van Brazilië. Ze leven er aan de rand van het oerwoud, in ontginde gebieden en op savannes met verspreide bomen-groepen. Ze zijn zeldzaam en met uitsterven bedreigd.
Er is heel weinig bekend over hun gedrag in de vrije natuur. Af en toe worden ze nog eens opgemerkt in kleine groepjes van niet meer dan 10 vogels. Ze zijn nochtans niet schuw, maar wel moeilijk te vinden in het gebladerte. Ze vallen alleen op wanneer ze enkele kreten slaken.
Wat ze in de natuur eten is totnogtoe onbekend, maar in de volière kan men ze in prima conditie houden met een zaadmengeling, gekiemde zaden, fruit en groenten, groenvoer en mineralen.
Over hun broedgedrag in hun natuurlijk biotoop zal men, zo mogelijk, nog minder kunnen voortvertellen. In de volière zijn het tamelijk luidruchtige knapen, die niet zo moeilijk te houden zijn. In een grote volière zijn ze zeer actief en luidruchtig vroeg in de morgen en ‘s avonds. Ze komen reeds snel aanhankelijk, houden van verse takken om hun knaaglust bot te vieren  en regelmatig van een goed fris bad. Koloniekweek met andere Goudkappen en zelfs ook met andere aratinga’s is goed mogelijk. Het enige probleem is dat ze zo verdraagzaam zijn, dat ze wel eens met meerdere paren in hetzelfde nest huizen. Overbevolking van de nestkast is dan ook vaak de oorzaak van gebroken eieren of gestikte jongen.

Goudkap aratinga