De geelwangamazone bestaat uit vier ondersoorten, de Geelwang (nominaatvorm), Salvinamazone, Ecuadoramazone en de Diadeemamazone. 
Het zijn algemeen wat minder voorkomende vogels, hoewel de wat meer ingewijde liefhebber er toch wel enkele zal hebben gezien. De eerste drie soorten komen voor van oostelijk Mexico tot westelijk Colombia en Ecuador. De Diadeemamazone is echter terug te vinden op meer dan 1.000 km van zijn soortgenoten en bovendien hangt er over deze vogel een wat mysterieuze waas van informatie
Deze amazones zijn vooral vogels van laagvlakten met bos tot een hoogte van circa 800 meter, uitzonderlijk worden ze iets hoger aangetroffen. Ze houden zich graag op aan de randen van het regenwoud, om van daaruit fruitplantages en ma´svelden binnen te vallen.
Als gevolg van de voortdurende ontbossing is vooral de Ecuadoramazone sterk bedreigd in zijn voortbestaan.
In de natuur zijn het vrij luidruchtige vogels die zich buiten het kweekseizoen ophouden in groepen van zes tot wel honderd vogels.
In de natuur valt het broedseizoen ongeveer van januari tot mei, soms nog in juni. De nesten bevinden zich in holle bomen tot soms een hoogt van 6 meter.
Voeding: vruchten, zaden, noten, bessen, bladeren en bloesems. Ze zijn vooral verzot op rijpende citrus- en mangovruchten.
De eerste kweek in Europa dateert van 1957, al moet gezegd worden dat hier een grijze roodstaart dit ei uitbroedde en het jong grootbracht.
Geelwang amazone