De geelnek ara vinden we in twee afzonderlijke gebieden: één klein verspreidingsgebied in Centraal Brazilië en een groter dat zich uitstrekt van het noorden over het oosten van Bolivia, het noorden van Paraguay  tot in het noorden van Argentinië.
Ze zijn overal te vinden waar maar bomen staan; in vochtige wouden, galerijwouden langs rivieren, droog grasland met afzonderlijke bomen of bomengroepen en op de akkers.
Door hun aanpassingsvermogen aan verschillende omgevingen komen ze ook nog talrijk voor en dat tot op een hoogte van 600m.
Buiten het broedseizoen leven ze in kleine groepjes. Langs het water komen ze wel eens met meerdere groepjes samen. Ze kibbelen vaak om de beste zitplaats en vallen overal op.
Op het menu staan verschillende soorten fruit (palmvruchten en vijgen o.a.), zaden en bladknoppen. In het seizoen lusten ze ook wel wat maïs van de plaatselijke akkers.
Ze nestelen in holle, dode boomtakken zo’n 20m boven de begane grond. In de volière wordt er ook vaak mee gekweekt. Ze kunnen zelfs in kolonie gehouden worden met andere papegaaien, ook in het broedseizoen. Het legsel bestaat meestal uit 3 of 4 eieren, die 26 dagen bebroed worden. Na 12 weken vliegen de jongen uit. Ze vallen niet vies tijdens het broeden. Een serieuze verstoring kan hen nog niet van hun stuk brengen. Ze kunnen dan wel zeer agressief zijn tegenover de verzorger. Twee legsels per jaar zijn mogelijk, maar niet vanzelfsprekend. Koloniekweek is mogelijk. Het gebeurt soms dat één man twee poppen bevrucht en helpt bij het grootbrengen van de jongen.


Geelnek Ara