Herkomst: Halmahera en de Weda Eilanden
Deze soort bestaat uit drie ondersoorten, die onderling weinig verschillen vertonen, nl. de  Lorius g. garrulus of geelmantel, de Lorius g. flavopaliatus of de geelrug-Molukken-lori van de eilanden Batjan tot Obi en de Lorius g. morotaianus vanop het eiland Morotai. Deze laatste is de kleinste en mist bijna geheel de gele rugvlek, daarom noemt men hem ook de rode-Molukken-lori.
De geelmantel-lori is welhaast de bekendste en sterkste lori en hij werd dan ook het meest van alle soorten ingevoerd.
Als ze een goed samengesteld lorivoeding worden aangeboden, aangevuld met wilgetakken en wat groenvoer zoals vogelmuur en onrijpe onkruidzaden en vooral andijvie- waar ze verzot op zijn- dan kunnen ze jaren meegaan. Ze hebben zelfs niet eens een grote voličre nodig, als ze maar een goed geďsoleerd nachthok hebben en een dikwandige nestkast kunnen ze winter en zomer gerust in de buitenvoličre gehouden  worden;
Het zijn enorm speelse vogels die over het algemeen hun harde geschreeuw maar heel weinig laten horen. Ze imiteren wel allerlei andere geluiden, vooral fluittonen nabootsen lijkt hun sterkste gave
Geelmantel lori