Derbyans zijn edelparkieten uit Zuidoost-Tibet, het noordoosten van Assam en het zuidwesten van China. Ze leven er in beboste bergstreken tot 4000m boven de zeespiegel. Soms ziet men ze ook in de nabijheid van menselijke nederzettingen. Daar die gebieden moeilijk toegankelijk zijn, weet men geen exacte gegevens over aantallen nog aanwezig in hun biotoop. Meestal worden ze buiten het broedseizoen opgemerkt in groepen van zo’n 50 vogels. Ze zijn luidruchtig en goede vliegers. Ze verplaatsen zich seizoensgebonden van hoogte.
Op het menu staan zaden, fruit, bessen en blad-knoppen. Soms zoeken ze hun voedsel op de akkers en in de tuinen van de plaatselijke bevolking.
Het broedseizoen begint midden juni. Ze nestelen in boomholtes. Populieren genieten daarbij hun voor-keur. Ze leggen 2 tot 4 eieren, die 25 dagen bebroed worden. Na 9 à 10 weken vliegen de jongen uit.
In de volière zijn het, eens geacclimatiseerd, sterke vogels met een vredig karakter. Het zijn verwoede knagers die regelmatig een bos vers knaaghout ter beschikking krijgen. Veel van hun tijd brengen ze ook op de grond door. Daarom moeten ze regelmatig ontwormd worden. Er wordt mee gekweekt. Het broedseizoen begint in april. De 2 tot 4 eieren worden 23 dagen bebroed en de jongen vliegen na 8 à 9 weken uit. De jongen worden gewoonlijk zonder problemen grootgebracht. Na een jaar zijn de vogels broedrijp, maar de eerste legsels bevatten gewoonlijk onbevruchte eieren.
Derbyan parkiet