Beter bekend is de enige ondersoort: de Bleekkop rosella of palliceps.
Hun leefgebied is gesitueerd in het oosten van AustraliŽ van het centrum tot het noorden. In ge-vangenschap is het moeilijk om nog een zuiver paar Blue cheeked rosellaís te vinden, omdat in het verleden veel gekruist werd met de Bleekkoprosella. In AustraliŽ komen ze nog tamelijk talrijk voor. Alleen plaatselijk kan men spreken van een vermindering in aantal. Ge-woonlijk treft men ze op de grond aan in kleine groepjes. Daar zijn ze op zoek naar voedsel, vnl. gras- en distelzaden. Ze nemen echter ook zaden van struiken en bomen, fruit, bessen, knoppen, noten, bloemen, nectar, insecten en hun larven. Soms brengen ze ook een bezoek aan een boomgaard of een graanveld. Op de grond zijn ze moeilijk te zien door hun prachtige schutkleur. Soms vormen ze ook gemengde groepen met de Barnard en de Roodvleugelparkiet.
Het broedseizoen is afhankelijk van het regenseizoen en kan daardoor gelijk wanneer in het jaar plaatsvinden. Ze nestelen meestal in holle boomstronken of takken van eucalyptusbomen. Soms vindt men ook een nest in omgevallen bomen of zelfs in een brievenbus. Het legsel bestaat uit 3 tot 5 eieren, die 19 dagen door de pop bebroed worden. Na 5 weken vliegen de jongen uit.
In de voliŤre zijn ze qua gedrag te vergelijken met de andere rosellasoorten. Ze hebben wel wat tijd nodig om aan een nieuwe omgeving te wennen. Het zijn sterke vogels die graag eens de vleugels uitslaan. Verse takken en een bad stellen ze altijd op prijs. Ze kunnen niet samengehouden worden met andere vogels, zeker niet met andere rosellasoorten. Vaak scharrelen ze op de grond, vandaar dat regelmatig ontwormen geen luxe is.

Blauwwang rosella