Deze amazonesoort kent 1 ondersoort: de geelschouder of Bahia Blauwvoorhoofd Amazone. Ze komen voor in het oosten van Brazilië, het noorden en het oosten van Bolivia, Paraguay en Noord-Argentinië. Men treft ze aan in de dichte wouden, de savannes met houtland, maar ook in open en gecultiveerde gebieden. Ze komen nog algemeen voor. In sommige streken worden ze bedreigd door stropers, die de jongen roven om te verkopen.
Alleen ‘s avonds treft men grote groepen aan wanneer ze zich terugtrekken naar hun slaapplaatsen. Overdag ziet men ze paarsgewijs of in kleine groepen in de toppen van de bomen waar ze eten of gewoon rusten. Ze zijn daarbij zo stil dat ze vaak pas opgemerkt worden door het laten vallen van voedselresten. Ze eten voornamelijk fruit, bessen, zaden, noten, bloemen en knoppen.
Wanneer ze opgeschrikt worden, vliegen ze schreeuwend weg, waarbij ze wel erg opvallen. De paren kan men zelfs in de lucht onderscheiden, daar ze altijd dicht bij elkaar vliegen. Hun verblijfplaats verandert ook met de seizoenen. Soms strijken ze neer in plantages op zoek naar voedsel, waarbij ze aanzienlijk wat schade aanbrengen.
Het broedseizoen begint er in oktober en duurt tot in maart. Ze nestelen in bepaalde bomen; gewoonlijk is er één nest per hectare. Elk jaar gebruiken ze dezelfde nestholte.
In de volière wordt er regelmatig met deze soort gekweekt. De paren moeten afzonderlijk gehouden worden. Het begint allemaal in april, maar kweken in de winter behoort tot de mogelijkheden. De voeding speelt hierbij ook een belangrijke rol. Voelen de vogels dat er voldoende en gevarieerd voedsel aanwezig is, dan zijn ze ook eerder geneigd om tot kweken over te gaan. Ze leggen 3 tot 4, soms 5 eieren. Ze broeden 26 dagen en na 8 à 9 weken verlaten de jongen het nest.

Blauwvoorhoofd amazone