Bij de blauwkoparatinga vinden we 4 ondersoorten, die verspreid over het Zuid-Amerikaanse continent hun habitat hebben. Ze leven er vooral in open gebieden met doornstruiken en kleine bosjes. Soms zoeken ze hun eten in bewoonde gebieden. In het grootste deel van hun verspreidingsgebied komen ze nog talrijk voor, alleen op Margarita worden ze bedreigd door het opkomend toerisme. Meestal leven ze in kleine groepjes, maar soms ook in vluchten van een honderd vogels. Ze zijn niet zo schuw en vooral in de namiddag gemakkelijk te benaderen. Door hun kleur zijn ze moeilijk te ontdekken, maar hun lawaai verraad altijd hun verblijfplaats. Naar de avond toe vergaderen ze op hun vaste slaapplaatsen. Naargelang de voedselvoorraad ondernemen ze soms ware trektochten om dan in een ander gebied weer een tijd te vertoeven.
Ze eten zaden, fruit, bessen, noten en bloemen. In de graanvelden doen ze zich ook vaak tegoed aan hetgeen de boeren er telen.
In de volière wordt er zo nu en dan mee gekweekt. De kweek lukt het best met afzonderlijke paren. Vanaf april mag je de eieren verwachten. Ze leggen er 2 tot 4, die ze 23 dagen bebroeden. Na 50 dagen vliegen de jongen uit. Het nestblok hangt het best in een donkere hoek. Sommige paren zijn wel gevoelig voor nestcontrole.


Blauwkop Aratinga