De blauwgele ara kent een heel groot verspreidingsgebied . Weinig andere parkieten of papegaaien komen in zo’n uitgestrekt gebied voor het strekt zich uit van Panama, over Brazilië tot in het noorden van Argentinië. De regenwouden zijn hun geliefkoosde bakerplaats. Met het verdwijnen van hele stukken regenwoud ziet men ze nu ook wel eens daarbuiten overvliegen. Rekening houdend met het grote verspreidingsgebied en met hun levenswijze in de kleine groepen of per paar is het heel moeilijk om een algemeen beeld te krijgen van het aantal blauwgele ara’s die nog in de vrije natuur voorkomen. Wel kan men aannemen dat door het ontginnen van de regenwouden jaarlijks menig legsel verloren gaat en dat daardoor ook het aantal blauwgele ara’s achteruit gaat. Het gebied is nog groot genoeg om aan voedsel te komen, maar wanneer het geboortecijfer daalt, daalt ook de totale populatie.
Zoals reeds gezegd leven ze per paar of in kleine groepjes, die dan meestal bestaan uit een ouderpaar met enkele jongen. Men hoeft ze niet op te zoeken dicht bij de grond, maar wel in de hoogste boomkruinen. Vaak ziet men ze in gezelschap van andere arasoorten. Vooral in de buurt van drinkplaatsen is dat het geval. Hun gedrag in de volière hangt sterk af van de grootte van die verblijfplaats. Je begrijpt dat wat voor een volière kan doorgaan voor een gewone parkiet of papegaai, voor een blauwgele ara amper een kweekkooi kan genoemd worden. Zijn grootte vraagt wel een aangepaste volière. Als ze wat ruimte hebben, zullen ze dan ook actiever zijn dan in een “zit-kooi”. Je kan dus enigszins zelf bepalen hoe actief jouw vogels kunnen zijn. Bekijk het ook eens vanuit het standpunt van de ara zelf en trek dan conclusies.
Ze eten noten, zaden van de bomen en struiken, fruit (vijgen en palmvruchten), bessen en groenvoer, bladknoppen en bloesems, rupsen en wormen.
In de broedperiode zonderen paren zich af en zoeken een geschikte boomholte of holle tak waarin na enig aanpassingswerk 2 tot 5 eieren worden gelegd. De pop bebroedt die gedurende een kleine maand. ’s Avonds komt de man uit de nabije takken zijn pop gezelschap houden in het nest waarbij hij waarschijnlijk dicht bij het invlieggat de nacht doorbrengt. De jongen worden de eerste maand door de pop gevoerd, daarna krijgt ze de hulp van de man. 
Blauwgele Ara