De nominaatvorm leeft in eucalyptusbosjes langs water-lopen en op het met bomen bezaaide grasland van ZO.-AustraliŽ. Er is ook een ondersoort die kleiner is en donkerder van kleur, die in het ZW. van AustraliŽ voorkomt. De populatie in de vrije natuur wordt ernstig bedreigd door het verdwijnen van de bomen als nestgelegenheid. Gewoonlijk worden ze per paar of in kleine groepjes opgemerkt, minder vaak in grote vluchten tot 300 vogels. Vanaf het begin van het broedseizoen ziet men kleine groepjes mannen. Bergparkieten slapen in hoge bomen langs rivieren. Bij dageraad drinken ze, waarna ze naar hun voedsel-plaatsen vliegen. Tijdens de warmste uren van de dag blijven ze in de schaduw van het gebladerte, waar ze minder opvallen.
Ze komen naar de grond om zich te goed te doen aan graszaden. Daar zijn ze opvallend stil. Naast graszaden eten ze ook fruit, noten, bessen en bloemen. Soms zijn ze te zien in boomgaarden en graanvelden.
Onder alle Australische parkieten zijn het veruit de beste vliegers. Hou er dan ook rekening mee in de voliŤre !
Bergparkieten zijn koloniebroeders !  In de balts houdt de man zich rechtop met opstaande kopveren, knik-kende kop, gespreide vleugels en staartveren. Daarbij loopt hij weg en weer voor de pop, terwijl zijn pupillen nu eens wijd open en dan weer helemaal samengetrokken zijn. Ze hebben hun nestholtes hoog in de bomen. De nestholte is soms 5m diep. Beneden ligt er een laag rottend hout. Het legsel bestaat uit 2 tot 7 eieren. De pop broedt alleen. Broedduur bedraagt 21 dagen. Na 6 weken vliegen de jongen uit. Soms nestelen ze ook in de grond en dat dan meestal in holtes in steile oevers. Het kan ook in de voliŤre gebeuren dat ze een nest jongen grootbrengen onder de grond.

Bergparkiet