Barraband zijn in de vrije natuur te bewonderen in het binnenland van Nieuw Zuid-Wales en het noordelijk deel van Victoria (AustraliŽ). Ze leven er in bossen langs waterlopen. Eucalyptusbossen genieten de voorkeur. Ook zijn ze sporadisch te zien in grassavannes met bomen en regelmatige water-bevoorrading. Hun aantal is nog tamelijk groot. De Barraband wordt wel bedreigd door de vernietiging van zijn biotoop door intensieve uitbreiding van de landbouw.
Ze komen meestal in groep voor, zelden paarsgewijs. Buiten het broedseizoen zijn de groepen groter. Vanaf september, bij het begin van het broedseizoen, bestaan de vluchten meestal uit mannen; na het broedseizoen uit 2 of 3 paren met hun jongen. Ze zijn niet schuw wanneer ze aan het eten zijn. Dit doen ze bij dageraad en in de late namiddag. Ze eten voornamelijk graszaden, distel, fruit, noten, bessen, bloemen en nectar. Ze zijn vaak te zien op stoppelvelden waar ze de gevallen graankorrels oppikken. Ze zoeken voornamelijk graszaden op de grond, voor de rest bevinden ze zich in de boomtoppen. Soms worden ze door de weersomstandigheden gedwongen te verhuizen. Hun vlucht is snel en direct. Het lijkt alsof ze er niet de minste moeite voor moeten doen. Tijdens het vliegen roepen ze voortdurend. Het zijn lange afstandsvliegers op grote hoogte.
Het nest bevindt zich meestal in een holte hoog in een boom of in een holle tak van een eucalyptusboom in de nabijheid van een waterloop. Op de bodem van het nest vindt men kleine stukjes rottend hout. Het legsel bestaat gewoonlijk uit 4 tot 6 eieren. De pop broedt alleen gedurende 20 dagen. Na 5 weken vliegen de jongen uit en na nog eens 2 weken zijn ze zelfstandig.

Barraband parkiet