In Zuid-Amerika treffen we in het vochtige, koude Paramo-gebied en in de rots- en verweringswoestijnen van de Puna nog een paar vertegenwoordigers aan van de “diksnavelparkieten” , onder hen de Aymaraparkiet.
Land van herkomst: Bolivia, Argentie, en waarschijnlijk ook Noord-Chili.
Bijzonderheden: de vogels komen steeds in groepen voor op een hoogte van soms meer dan 2000 meter vooraan in het gebergte. Ze leven voornamelijk van bessen, fruit en zaden. In 1959 werden de eerste exemplaren door de bekende schrijver en bioloog Gerald Durell naar Engeland gebracht (in de Londense dierentuin). Ze bleken uiterst tam en aanhankelijk en stalen dan ook onmiddellijk het hart van het publiek.
Wanneer ze in een buitenvlucht worden geplaatst en een aantal nestblokken ter beschikking krijgen, zullen ze zeker tot broeden overgaan.
Waak erover dat ze niet teveel zonnebloempitten gaan eten, want ze hebben de neiging zich daar uitsluitend te gaan op baseren met als resultaat te dikke (vette) vogels.
In een buiten- zowel als binnenvolière zijn het rustige vogels, veel liefhebbers houdend ze soms als huiskamervogel.
de pop legt 3 tot 8 eieren die ongeveer 19 à 22 dagen bebroed worden. de jongen verlaten het nest op 5 tot 6 weken en lijken, op een kortere staart na, verrassend veel op de oudere vogels.
Blijkens de beschikbare literatuur kunnen ingevoerde vogels plots sterven zonder aanwijsbare redenen. De veronderstelling loopt dat het gaat om dieren die in het hooggebergte leven zich moeilijk kunnen aanpassen aan het lager gelegen terrein (ademhalingsmoeilijkheden).
Het is daarom belangrijk goede koppels met de grootste zorg te omringen, zodat ze voor nakomelingen kunnen zorgen. Deze soort is onze zorg zeker meer dan waard!
Aymara parkiet