Afgaande op literatuur uit de vorige eeuw,
kennen we de albino sinds de vroege jaren '30.

Vandaag de dag zie we ze alleen niet zoveel.
Wanneer we deze vogels echter tegenkomen op een
tentoonstelling of in een vlucht,
trekken ze vaak de aandacht en wekken bewondering op.
Een mutatie die zeker de moeite waard
is om in onze rangen te hebben en die het
verdient om kwalitatief vooruit te worden geholpen.

De albino behoort tot de INO-groep,
een genetische eigenschap waarbij anders
uiterlijk zichtbare kenmerken gemaskeerd worden door dit gen.

Dit betekent bijvoorbeeld dat bij de groene serie met Ino,
we een gele vogel krijgen, de lutino.
Het groen is gemaskeerd.

In de blauwe serie met Ino krijgen we de Albino.
Het blauw is gemaskeerd.

Dat is net het verschil met andere genetische eigenschappen,
die de kleuren van de vogels gewoon wijzigen,
benadrukken, vervagen of vervangen.

Voor een nieuweling kan het moeilijk zijn
om een echte albino te herkennen tussen
een schare andere vogels, die we maar zul-
len omschrijven als 'wit'.

De 'witten' bezitten een andere genetische factor.
Daarbij horen: de dubbel-factor spangle,
de 'witte' met zwarte ogen,
lacewing wit, cinnamon wit, enz.

HET VERSCHIL

Om het verschil aan te geven tussen deze
'witte' vogels en de albino is het handig om
te verwijzen naar de standaard voor showvogels.

Deze geeft een zuivere witte kleur aan,
zonder enige waas van een ander kleur.

De washuid is vleeskleurig bij de man,
terwijl die blauw zal zijn bij de witte vogel.
De washuid bij de pop is lichtbruin.
De bek is hoornkleurig.
De wangvlekken zijn zilver-wit.
De ogen zijn rood met een witte irisring.
De poten en tenen zijn rozig van kleur.

Een goede showvogel heeft geen kleurzweem of andere
markeringen.
Deze zweem bij de albino staat bekend als,
de 'blauwe waas' of 'grijzewaas',
die vooral voorkomt op de borst en
ook vaak net boven de staartveren en tus-
sen de vleugels op de rug.
Elke lichte afwijking wordt aangerekend.

Uiteraard wenst niet iedereen de perfecte albino te
kweken en het kan zelfs zo zijn dat iemand
een vogel met een paarse zweem mooi vindt.

Waneer we de mutatie wensen te kweken
en kwalitatief willen verbeteren,
is het nuttig te weten hoe het gen,
verantwoordelijk voor deze mutatie,
overgedragen wordt van generatie op generatie.
De Ino is wat we noemen,
een 'geslachtsgebonden mutatie' en
ligt vast op het X-chromosoom.

In de praktijk betekent dit dat de pop ofwel
albino is en dus het gen kan doorgeven,
ofwel niet-albino is en dus het gen niet kan doorgeven.

Bij de man ligt dit anders.
Mannen zijn ofwel albino of split-albino en
beide kunnen zo het gen doorgeven.
Ofwel zijn ze niet-albino en kunnen dus het gen
niet doorgeven.
Poppen kunnen niet split zijn voor albino.

HOE PAREN?

Albino x albino is goed
(zolang de vogels niet te nauw verwant zijn)
om het aantal albino's in uw bestand te vergroten.
Deze paring is niet zo aan te raden wanneer men
de pure show-kwaliteiten wil aanscherpen,
maar prima wanneer het gaat over het vastleggen,
van de puur visuele eigenschappen van de albino
(de witte kleur bv.).

Albino x lutino kan eveneens,
maar wanneer het hier gaat over een pure lutino
(d.w.z. niet split voor de blauwe factor),
zullen alleen gele jongen geboren worden het
eerste kweekseizoen.
Deze jongen zullen dan split zijn voor albino,
want albino is recessief t.o.v.lutino.

Deze splitvogels kunnen gebruikt worden,
op dezelfde manier als bij het kweken van mutaties,
die recessief vererven.

Het gebruik van lutino's om goede showvogels,
te kweken is niet aan te raden omdat vaak een gele waas,
bij de nakomelingen vastgesteld wordt.
Maar kwekers die niet er op uit zijn om,
het perfecte albino-wit en die alleen maar een,
aantal lutino's en albino's willen,
is de paring zeker aanvaardbaar.

Vroeger werd vaak gekweekt over blauw, maar
dit resulteerde vaak in albino's met een blauwe waas.

DE CINNAMON FACTOR

Tegelijkertijd werd aangenomen dat de cinnamon-factor,
de vleugeltekening zou onderdrukken zoals dat,
bijvoorbeeld lukte bij de zwart-oog geel en zwart-oog wit.
Maar niet bij de albino!
De cinnomon eigenschap bij albino's zorgde voor
een cinnamon vleugeltekening,
vaak in allerlei dolle uitvoeringen.

De meest succesvolle kruising om de kwaliteit bij de albino,
op te krikken, vinden we bij de grijs-serie.
(waarschijnlijk omdat ons oog een grijze waas niet ziet).
Grijs opaline, grijsvleugel en lichtgrijze vogels
zijn het meest aangewezen.

Wanneer men show-albino's wil kweken
probeer dan vooreerst twee albino mannen
op de kop te tikken.
Deze moeten perfect van kleur zijn,
zonder hangende staart of andere gebreken.
Want al de slechte eigenschappen zullen,
aan de nakomelingen doorgegeven worden.

Deze twee mannen paren we dan aan grijs opaline poppen
die met elkaar verwant zijn en van goede kwaliteit zijn,
want het zijn de poppen die hun goede eigenschappen,
moeten overbrengen om de lutino vogels kwalitatief,
te verbeteren.
Het kan bovendien geen kwaad dat deze poppen
bijvoorbeeld kleine spots hebben of flecky zijn.
(misschien worden ze net daarom verkocht)
Want het albino gen zal deze eigenschappen maskeren.
Grijsvleugels en lichtgrijze vogels zullen bovendien minder,
snel een grijze waas aan de jongen doorgeven,
maar wellicht zijn kwalitatief goede vogels,
minder makkelijk te vinden in die kleurslag.